Beste buren, beste gemeenschap, beste bezwaarindieners,
Wie dit besluit omgevingsvergunning grondig leest, kan moeilijk nog geloven dat hier sprake is van een objectieve, neutrale en zorgvuldig afgewogen besluitvorming. Doorheen het volledige besluit ontstaat steeds sterker de indruk dat men niet vertrok vanuit de fundamentele vraag of dit project werkelijk verenigbaar is met de draagkracht van de wijk, maar eerder vanuit de zoektocht naar manieren om het project alsnog, minstens gedeeltelijk, mogelijk te maken.
Dat gevoel wordt versterkt door de vele tegenstrijdigheden, technische onzekerheden en ruimtelijke fouten die verspreid doorheen het dossier opduiken. Het besluit erkent zelf dat de bestaande omgeving wordt gekenmerkt door open bebouwing, beperkte bouwhoogtes en een residentieel karakter met hoofdzakelijk vrijstaande woningen. Toch blijft men tegelijk verdedigen dat appartementsgebouwen en bijkomende densiteit hier “aanvaardbaar” zouden zijn. Zelfs waar expliciet wordt toegegeven dat bepaalde volumes leiden tot schaalbreuken, verstoring van het straatbeeld en een te dominante aanwezigheid, blijft men de deur openzetten voor aangepaste appartementsbouw van drie bouwlagen. Men erkent dus de problemen, maar weigert daar de logische conclusie uit te trekken.
Ook technisch vertoont het dossier fundamentele zwaktes. De verschillende SIRIO-berekeningen (softwareprogramma om waterhuishouding op een terrein/omgeving theoretisch te benaderen) spreken elkaar tegen en hanteren totaal afwijkende waarden voor infiltratie, hergebruik en verdamping, terwijl de simulaties uiteindelijk toch uitkomen op een “perfecte” waterbalans van 100%.
Daarmee wordt impliciet aangenomen dat praktisch geen hemelwater de site nog zou verlaten. Voor een sterk hellend terrein in een zone die al jarenlang gekend staat voor waterproblemen, is dat bijzonder moeilijk geloofwaardig te noemen. Bovendien blijken de infiltratieproeven (hoe snel hemelwater de ondergrond indringt) zelf niet conform de Code van Goede Praktijk uitgevoerd te zijn, terwijl net deze proeven de basis vormen van de volledige hydrologische studie.
Wanneer de uitgangsmetingen al onzeker zijn, komt automatisch ook de betrouwbaarheid van buffering, afwatering en infiltratie onder druk te staan. Toch lijkt dit nergens aanleiding te geven tot een fundamentele herbeoordeling van het dossier.
Ook de mobiliteitsstudie vertoont opvallende tekortkomingen. In de bezwaren wordt aangetoond dat bepaalde verkeersstromen verkeerskundig zelfs onmogelijk zijn en dat verschillende manoeuvres niet overeenstemmen met de feitelijke verkeerssituatie. In plaats van deze fouten inhoudelijk te weerleggen, stelt het besluit eenvoudigweg dat de exacte verkeerscijfers “de conclusie niet fundamenteel veranderen”.
Daarmee ondergraaft men echter tegelijk de geloofwaardigheid van de volledige studie zelf. Want als het verschil tussen 121 en 256 voertuigbewegingen blijkbaar geen wezenlijk belang heeft, rijst onvermijdelijk de vraag hoeveel waarde men nog kan hechten aan de analyse waarop men zich beroept.
Daarnaast blijven er ernstige vragen bestaan over de terreinprofielen, perceelsgrenzen en reliëfweergave. Het besluit erkent zelf dat grensstenen ontbreken en dat eigendomsgrenzen niet overal exact samenvallen met de bestaande markeringen. Tegelijk beweert men dat alle terreinprofielen correct zouden zijn weergegeven, terwijl uit de bezwaren blijkt dat bepaalde taluds en hoogteverschillen niet overeenstemmen met de feitelijke toestand op het terrein.
Correcte terreinprofielen vormen nochtans een essentieel uitgangspunt voor de beoordeling van reliëfwijzigingen, waterafvoer, privacy-impact en visuele dominantie. Wanneer zelfs daarover onzekerheid bestaat, komt de betrouwbaarheid van de volledige ruimtelijke beoordeling in het gedrang.
Wat echter misschien nog het meest verontrust, is de houding tegenover de 659 bezwaarindieners. In plaats van deze uitzonderlijke maatschappelijke bezorgdheid ernstig en neutraal te behandelen, lijkt het besluit zich opvallend defensief op te stellen tegenover de burgers zelf. Er wordt verwezen naar “AI gegenereerde bezwaarschriften”, termen zoals “deloyaal gedrag tegenover de bestuurlijke overheid” worden gebruikt en inhoudelijke bezorgdheden worden systematisch gerelativeerd of op één hoop gegooid.
Dat taalgebruik is moeilijk verenigbaar met de neutraliteit en sereniteit die van een overheid mag worden verwacht. Een administratie hoort bezwaren inhoudelijk te beoordelen, niet de legitimiteit van burgerparticipatie in twijfel te trekken.
Die indruk van partijdigheid wordt nog versterkt doordat een extern advocatenkantoor werd betrokken bij de behandeling van de bezwaren voor een particuliere projectaanvraag. Daardoor ontstaat minstens de perceptie dat aanzienlijke juridische middelen werden ingezet om de bezwaren van bewoners maximaal te counteren en procedureel te neutraliseren.
In combinatie met het feit dat persoonlijke mailcorrespondentie aan gemeenteraadsleden achteraf alsnog werd geïntegreerd in de formele besluitvorming, vervagen de grenzen tussen politieke communicatie, administratieve beoordeling en verdediging van het project op een bijzonder problematische manier. Zelfs negatieve adviezen van de milieuraad werden gewoonweg volledig terzijde geschoven.
Uiteindelijk blijft één fundamentele vaststelling overeind: dit dossier bevat geen gewone interpretatieverschillen, maar een opeenstapeling van technische onzekerheden, tegenstrijdigheden en ruimtelijke spanningen die nergens echt overtuigend worden opgelost. Toch blijft men zoeken naar manieren om het project beleidsmatig overeind te houden. Daardoor ontstaat steeds meer de indruk dat deze besluitvorming niet langer vertrekt vanuit een onafhankelijke beoordeling van de goede ruimtelijke ordening, maar vanuit het beschermen van een projectontwikkelaar tegenover haar eigen inwoners.
Reeds in 2024 verklaarde de projectontwikkelaar zelf dat er een duidelijke consensus bestond met de administratie om dit project uit te rollen. We geloven hem ook. Niemand investeert zoveel kapitaal in plannen, aankoop gronden zonder opschortende voorwaarden en langdurige procedures zonder verregaande zekerheid.
Zelfs na politieke tussenkomsten werden appartementsblokken met vier bouwlagen nog steeds aanvaardbaar geacht. Vandaag worden plots twee grote blokken afgekeurd, terwijl tegelijk letterlijk in het besluit staat dat dezelfde volumes met één bouwlaag minder, perfect vergunbaar blijven. Daarom moest er blijkbaar minstens één appartementsgebouw overeind blijven: het principe mocht niet sneuvelen. Een precedent wordt gecreëerd.
Dit is allang geen woonmodel meer, maar een winstmodel dat koste wat kost overeind moet blijven. Tegelijk geeft dit een bijzonder gevaarlijk signaal aan de bevolking: bemoei u vooral niet met zulke dossiers, want zelfs honderden bezwaren, negatieve adviezen en fundamentele inhoudelijke kritiek blijken uiteindelijk ondergeschikt aan gemaakte afspraken en economische belangen.
De indruk groeit steeds sterker dat beloftes die destijds achter de schermen tussen bepaalde actoren werden gemaakt, hoe dan ook moeten worden ingelost. Dat vermoeden wordt alleen maar versterkt door het feit dat dezelfde projectontwikkelaar nog meerdere projecten in Diest heeft lopen. Daardoor ontstaat het bijzonder verontrustende beeld van een bestuur dat niet langer onafhankelijk afweegt in functie van haar inwoners, maar vooral de continuïteit van een ontwikkelingsmodel lijkt te bewaken.
Dus ja, wij zullen stevig in beroep gaan. Niet uit koppigheid, maar uit rechtvaardigheid. Voor de gemeenschap, voor de leefbaarheid van de wijk en tegen een gemeente die de burger negeert.
Comité Galgenberg (voor de buurt, voor de gemeenschap)
No Responses